Veel is er in de loop van de tijd niet op zulke formulieren veranderd. Eén ding wel: waar vroeger het woord ‘preek’ prijkte op de orde van dienst, wordt steeds meer het woord ‘overdenking’ gebruikt. Het woord voor de toespraak in de kerkdienst is kennelijk onderhevig aan mode.

Lang was het dus ‘preek’. Het klonk robuust. En dat werd er verwacht: een stevig verhaal. Misschien heeft het woord teveel een negatieve bijklank gekregen. ‘Preken voor eigen parochie.’- ‘Niet zo prekerig doen.’ Bij het woord ‘preek’ zien veel mensen een opgeheven moralistisch wijsvingertje.

Toen werd de toespraak ‘Uitleg en verkondiging’. Keurig gerangschikt. Het suggereerde dat van een dominee enerzijds een gedegen exegese werd verwacht. Het woord ‘verkondiging’ verplichtte je anderzijds wel om het te verbinden met deze tijd. Kortom, er werd een doorwrocht verhaal gevraagd.

Ook het woord ‘meditatie’ werd weleens gebruikt. Maar vooral voor diensten waarin het gesproken woord niet al te veel ruimte in mocht nemen. Is zoiets ook het geval met ‘overdenking’?

Wat mij in het woord wel aanstaat is dat het minder pretentieus of formeel klinkt. Maar het roept ook wel wat onzekerheid bij me op. Wordt ermee bedoeld: het mag niet te lang, dominee? Of: graaf niet te diep? Houd het luchtig?

In oude kerken zie je weleens een zandloper aan de preekstoel. Die gaf de tijd aan die de predikant mocht nemen voor een preek. Ging hij daar overheen dan moest hij een boete betalen. In 1574 werd bepaald dat een preek een uur mocht duren. Bepaald geen overdenking dus!

De tijden zijn veranderd. De vraag is nu: hoelang mag een overdenking duren?