Niet alleen bij kerkdiensten trouwens. Door de week ook. Hij houdt zich dan bij voorkeur op rond de parkeerplaats naast onze kerk. Daar is dan de meeste reuring. En daar houdt hij van. Maar als er in de kerk activiteiten zijn, is hij voor meteen onze deur te vinden.

Nooit maakt hij aanstalten om binnen te komen. Onze kosters zijn daar weleens huiverig voor. Maar het is niet nodig. Hij houdt altijd halt bij de drempel. Maar hij houdt van onze kerk, zoveel is zeker. Zelfs uitvaarten slaat hij niet over.

Kort geleden deden we een overledene vanuit onze kerk uitgeleide. Na afloop van de dienst gingen alle kerkgangers aan weerszijden van het toegangspad staan. Het was dringen geblazen, want het was druk. Er scheen een warm zonnetje. Ineens liep onze kerkkat onbevangen door het opengelaten pad en ging vervolgens parmantig precies tussen de rijen zitten, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Voor iedereen een vertederend moment. Zelfs onze kat deelde in het betuigen van ons respect.

Hij hoort er dus bij. Maar waar de kat thuishoort? Hij heeft een baasje, want hij ziet er goed uit. Maar de meeste tijd houdt hij zich op rond ons Godshuis. Kinderen spelen met hem na afloop van de kerkdienst. En menig kerkganger haalt hem aan. Dat is waarschijnlijk de reden dat hij zich bij ons thuisvoelt.

Hoe hij (of zij?) heet? Geen idee. Maar ik noem hem Frans, naar de heilige Franciscus, de grote dierenliefhebber. Bijna had ik geschreven ‘ik heb hem Frans gedoopt’. Maar dat zou te ver voeren. Niet omdat je dieren niet zou mogen dopen: dieren hoeven niet gedoopt te worden. Ze dragen de onschuld van het paradijs blijvend met zich mee.