We maken meteen van de gelegenheid gebruik om af te zakken naar New Orleans. Op de weg daarheen komen we door de ‘Blues Delta’, de streek aan de Mississippi waar de blues is ontstaan.

Zo’n reis moet je voorbereiden. Nou ja, ‘moet’. Maar in mijn geval wel. Want ik ga niet over één nacht ijs. Ik ben nogal van het plannen. Soms op het ziekelijke af. Het is al heel wat dat ik dit keer alleen het eerste en laatste hotel geboekt heb. In de tussentijd zien we wel. ‘Avontuurlijk’ houd ik mezelf voor. Maar voor mij voelt zoiets in werkelijkheid al snel aan als spelen met je leven.

Maar goed, het een en ander plannen moet je wel. Al was het maar: je inlezen. Bij dat inlezen ben ik steeds meer onder de indruk geraakt van het feit dat zoveel muzieksoorten ontstaan zijn in een betrekkelijk klein gebied. Gospel, country, rock ’n roll, blues, cajun, jazz – ze hebben allemaal hun bronnen in een gebied niet groter dan pakweg 800 bij 200 kilometer. Daar liggen dan ook de belangrijkste wortels van de hedendaagse populaire muziek.

Muziekliefhebber als ik ben, bemerk ik bij mezelf een oplopende koorts. Ik kijk er naar uit en wil straks vooral niets missen. Je komt er immers niet elke dag. Als ik lees dat Robert Johnson (een blueslegende) op drie plaatsen begraven ligt (kan niet natuurlijk, maar daarvoor is het een legende) heb ik de neiging ze alle drie te gaan bezoeken.

Maar daar maak ik mijn reisgenote niet blij mee, dat weet ik nu al. Een aantal jaren geleden waren we met vakantie in België, in de buurt van de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. Toen maakt ook het fanatisme om alles te willen zien en weten zich van mij meester – tot op de dag van vandaag een trauma voor mijn levensgezel. Daar moet ik dus dit keer voor oppassen. Maar dat zal niet meevallen. In de ware bedevaartganger brandt immers een heilig vuur.