Paar dagen geleden nog. Er waren relletjes in de wijk Floradorp in Amsterdam: het vreugdevuur aldaar mag niet meer doorgaan. ‘Ik begrijp die jongelui wel,’ zei een geïnterviewde oudere vrouw over de relschoppers, ‘Het is hier een traditie.’

Wat een armoe: als dat je traditie is. En dat gemekker! Vergeten wordt gemakshalve dat die zogenaamde ‘tradities’ totaal uit de hand zijn gelopen. Hulpverleners zijn hun leven niet meer zeker. Dat is niet van vandaag of vorig jaar. Dertig jaar geleden zag ik al in het dorp waar wij toen woonden dat brandweerlieden die in de fik gestoken auto’s blusten, massaal bestookt werden met vuurwerk.

Traditie? Wie echte traditie wil, moet eens naar de kerk komen. Daar houden al eeuwen mensen van generatie op generatie een ritueel in stand dat met recht het woord traditie verdient. Traditie? Lees je Bijbel en bid elke dag. Het zal je door niemand afgenomen worden.

U merkt, ik ben een beetje fel. Maar ik kan er niet zo goed tegen: het leeghoofdig gebruik van het woord ‘traditie’. Het wordt in populistische kringen ook nog weleens gekoppeld aan de woordcombinatie ‘joods-christelijk’. En aantal jaren geleden gebeurde dat ook in Duitsland. De toenmalige bondskanselier Angela Merkel merkte toen fijntjes op dat je aan die mensen eens moest vragen of ze nog wisten wat Pinksteren was. Het antwoord laat zich raden.

De ware oorzaak van al die onvrede over tradities die worden afgeschaft is deze: de échte traditie is verdwenen. Die heb je namelijk zelf al lang geleden afgeschaft. Maar het is nog niet te laat. Komend jaar staan er nog talloos veel kerkgebouwen open. Neem deel aan het ritueel. Het leert je je eigen leegheid onder ogen te komen. Het wordt er bovendien aanzienlijk rustiger van op straat.