Wat opviel in haar levensverhaal was dat het geloof toch redelijk geruisloos verdween uit haar leven. Een pijnloos proces. Zo verging het de meeste gasten van het programma. Alsof je een oude jas afdankt en een nieuwe aantrekt. Maar er is nog iets wat de meeste ex-gelovigen met elkaar delen. Het is – ik zeg het maar in mijn eigen worden – dat zij vooral afscheid namen van menselijke regels en instituten, kortom: van wat mensen (en misschien ook zijzelf wel) van God ‘gemaakt’ hebben.

Het tv-programma leert kerken dan ook bescheidenheid. We zijn geneigd om ons als instrument in Gods hand te zien. Maar kennelijk staan gelovigen God vaak juist in de weg. Een kerk die missionair wil zijn, moet dan ook dubbel op haar tellen passen. Voor je het weet geloof je in je eigen geloof. Dat is nu uitgerekend wat veel ex-gelovigen tegen de borst stuit.

Maar ook omgekeerd kan er ook een vraag gesteld worden. De kritiek van ex-gelovigen kan ook een manier zijn om een kritiekloze houding jegens zichzelf te verhullen. Hebben zij met het afscheid niet ook een Stem van gene zijde tot zwijgen gebracht? Een Stem die je niet altijd uitkomt? Een Stem die onze cultuur collectief heeft leren óverstemmen?

Ik vraag het in bescheidenheid. Er steekt in mijzelf namelijk ook zo’n ex-gelovige. Ik weet hoe gemakkelijk de zachte Stem van de Eeuwige zich laat wegdrukken – ook door mij. Het geloof heeft ook in mij een neiging verdampen.

Abraham Joshua Heschel vertelde eens het verhaal over een dorp waar geen klokkenmaker was. De klokken gingen op den duur ongelijk lopen. Niemand wist meer precies hoe laat het was. De meeste mensen hielden er daarom maar mee op om hun klok op te winden. Slechts een klein deel bleef het wel doen. Maar op een dag kwam er een klokkenmaker in het dorp. Iedereen ging meteen naar hem toe om zijn of haar  klok te laten repareren. Maar hij kon alleen nog de klokken maken die waren opgewonden. De rest was vastgeroest.

Geloof vraagt net als die klokken toewijding en volharding. Waar mensen die opbrengen blijft het zachte tikken te horen. Daar leren wij onze uren en dagen te tellen in het licht van Gods oog, hoe gebrekkig die klok soms ook is.