‘Hersenschimmen’, het boek van J. Bernlef, was misschien wel
het eerste boek hier te lande dat dementie op de agenda zette. Het was toen al (1984)
een om zich heen grijpend probleem. Sindsdien is het alleen maar klemmender
geworden. Geen wonder dat het een thema is van steeds meer boeken en films.
‘The Father’ is het meest actuele voorbeeld ervan. De film
brengt indrukwekkend in beeld hoe ontregelend voor patiënt én omgeving het
proces van dementeren is. Anthony, schitterend gespeeld door zijn naamgenoot
Anthony Hopkins, raakt de greep op de realiteit kwijt. Zijn dochter Anne zoekt
naar iemand die hem kan verzorgen. Maar haar vader wil daar niets van weten:
hem mankeert niets.
Het proces van dementeren wordt indringend in beeld gebracht. Je kijkt als het ware door de ogen van de hoofdpersoon. Er gebeuren dingen die niet kloppen. Heden en verleden raken verward. Vertrouwde gezichten worden niet herkend. Maar de film wordt behalve door deze perspectivische vondsten vooral gedragen door het acteerwerk van Olivia Colman en Anthony Hopkins. De stijgende verwarring en verbijstering die in hun ogen te lezen zijn, raken je frontaal. Maar één detail raakte me het meest.
Op een zeker moment zoomt de camera in. Je ziet een close up van het gezicht van Hopkins. Het lijkt stil, maar een klein trekje in het gezicht verraadt de toenemende verbijstering. Dat trekje is als de eerste rimpeling van een wateroppervlak die een verwoestende onderwaterbeving aankondigt.
Iets laten zien door het niet te laten zien - je moet een acteur van formaat zijn om dat te kunnen. Het greep me aan. Die scene was voor mij de dubbele streep onder het indringende verhaal van de ineenstorting van een menselijke geest.