‘Jezus & de vijfde evangelist’ moet gaan over het licht dat Flavius Josephus  over leven en tijd van Jezus kan laten schijnen. Maar dat eerste (leven) blijk niet veel. In zijn geschiedwerk ‘De Joodse Oorlog’ spreekt Josephus niet over Jezus. En in ‘De oude geschiedenis van de Joden’ wijdt hij slechts enkele woorden aan Jezus, die – aldus Meijer – voor een deel ook nog eens waarschijnlijk bestaan uit latere aanvullingen door christenen.

Het risico van dit gebrek aan overlapping is dat het meer een boek wordt over Flavius Josephus. Dat blijkt in het eerste deel ook het geval. Op heldere wijze vertelt Meijer over leven van de Joodse geschiedschrijver. Ook krijgen we als lezer een tijdbeeld aan de hand van het werk van Flavius Josephus. Dat vond ik leerzaam én het friste mijn geheugen weer wat op: veel zaken hoorde ik al tijdens mijn studie.

Maar het tweede deel, getiteld ‘Jezus in de wereld van Josephus’ vond ik teleurstellend. Ik was daar al een beetje bang voor. Meijer gaat als historicus het leven van Jezus schetsen. Dat is al een risico. Albert Schweitzer heeft eens in zijn Geschichte der Leben-Jesu-Forschung aangetoond dat alle geleerden die zich daar aan wagen een Jezus schetsten die wonderlijk genoeg telkens overeenkwam met hun eigen denkbeelden. In die val trapt Meijer weliswaar niet. Maar bij hem wordt het een zaak van pappen en nathouden. Een beetje Flavius Josephus en een beetje evangelisten en een beetje gezond verstand.

Maar zo ontstaat een ‘verdund’ beeld. Zoals gezegd had Flavius Josephus niet zoveel te zeggen over Jezus en het christendom – daarom is de titel ‘vijfde evangelist’ ook zo overtrokken. Maar hier en daar lijkt Meijer, om toch een afgerond verhaal te krijgen, dan de evangelisten maar na te praten. Daar fronste ik soms mijn wenkbrauwen. Het meest verwonderlijk vond ik dat Meijer een cocktail maakt van gegevens uit de evangeliën, zonder deze bronnen te onderscheiden. Zo weet Meijer dat het Johannesevangelie van zeer late datum is, maar citeert hij het alsof betrouwbare geschiedenis schrijft. Dit wordt ronduit storend als hij kritiekloos de teksten citeert waar het Johannes-evangelie spreekt over ‘de Joden’ als de tegenstanders van Jezus.

Dit raakt aan de kritiek die Jona Lendering schreef. Een gemeentelid dat wist dat ik aan Meijers boek bezig was, wees me erop. De kritiek van Lendering: als je een historische Jezus wilt beschrijven dan zul je meer Joodse bronnen moeten gebruiken. Ik ben geen historicus en ook geen nieuws-testamenticus, maar mijn intuïtie wordt door zijn bespreking wel bevestigd.

Kortom, ik werd er niet zoveel wijzer van. Meijer had beter een boek kunnen schrijven over Flavius Josephus en had zich niet moeten wagen aan een beschrijving van de historische Jezus.