Louis groeide op in een dorp in Noord-Frankrijk waar het
grijze leven bijna tot het landschap lijkt te behoren. Het gezin waarin hij
werd geboren kampt met armoede en de sociale problemen die daarvan het gevolg
(of de oorzaak?) zijn: geweld, alcoholisme en gebrek aan kansen.
Maar dat dit gebrek aan kansen niet betekent dat je in zo’n
milieu gevangen zit, liet niet alleen Louis zelf zien, maar toont hij ook in
dit portret. Eerst iets over Louis zelf. Hij is een buitenbeentje in zijn
geboortedorp. Hij is intelligent en krijgt de kans om door te leren.
Zichzelf niet ontziend vertelt hij hoe hij een hekel aan
zijn moeder had. Er groeit een kloof, vooral omdat hij door zijn opleiding
afstand kan nemen. Op een dag vindt hij een foto van zijn moeder uit een
verleden dat hij niet kent. Het boek begint bij die foto. Ze oogt op die foto
vrolijk en speels. Zo kent hij zijn moeder niet.
Het boek laat in eerste instantie zien hoe tragisch haar leven is. Ze zit gevangen in een slecht huwelijk en het huishouden. Ze haalt zich op aan de vriendschap met ene Angelique, maar deze vriendschap eindigt als deze vriendin een partner krijgt. Kortom, moeder is een pechvogel, temeer omdat zij al eerder een mislukt huwelijk achter de rug had.
Maar de titel van het boek verraadt het al: op een dag
verandert er iets. Louis woont dan al in Parijs en krijgt op een dag een
telefoontje van zijn moeder. Dat luidt een nieuw hoofdstuk in haar leven in.
Een hoofdstuk waarin zelfs een ontmoeting met actrice Catherine Deneuve voor
haar is weggelegd.
Meer zeg ik niet, want niet alleen de lezer zelf moet dit ontdekken, het gaat vooral om de manier waarop Édouard Louis haar leven schetst. Hij schrijft bijna genadeloos eerlijk over haar en zichzelf, maar daarom is ook de liefde waarmee hij over haar schrijft tegelijk zo overtuigend. Een prachtig boekje (je hebt het in een middag uit) vol hoop. De foto waarmee het boek begint, wordt de lezer pas aan het eind getoond.