Regisseur Andrew Dominik bedient zich van trucs die mij gaandeweg gingen tegenstaan. Voorbeeld. Monroe heeft een aantal keren een abortus ondergaan (echt?) of een miskraam gekregen. De regisseur biedt ons daarvoor beelden vanuit de vagina en van foetussen in de baarmoeder - dat laatste om de wroeging en het verdriet van Monroe in beeldtaal te vangen. Ik vond dat wel erg gemakkelijk en goedkoop. Ik ging me er aan ergeren. Het bracht mij buiten het verhaal, terwijl een goede filmmaker mij ín het verhaal moet trekken.
Hinderlijk was ook de afwezige vader van Monroe die telkens via brieven aan Monroe haar leven komt verontrusten. Het zal een bedenksel zijn van de romanschrijver, maar wat ik zeker weet, is dat het in de film niet werkt. Langzaam maar zeker kreeg ik steeds meer het gevoel: dit is over the top.
Maar het belangrijkste: de film portretteert Monroe bijna uitsluitend als een verslaafd kindvrouwtje dat het slachtoffer wordt van de buitenwereld. Maar Norma Jean Mortenson, zoals ze van geboorte heette, heeft Monroe voor een deel zelf geschapen. Dat dit zelfgeschapen en iconisch geworden beeld - dat louter wil beantwoorden aan wat wel de ‘male gaze’ genoemd wordt - haar gevangenis werd en uiteindelijk haar vermorzelde, doet daar niets aan af. Dat was nu juist haar tragiek: het zelf creëren én er slachtoffer van worden. Die tragiek wordt volledig plat geslagen door van Monroe slechts willoos slachtoffer te maken.
Tegelijk wordt onderbelicht dat zij veel in haar mars had. Haar liefde voor Tsjechov en Dostojewski komen wel ter sprake en ook haar acteeropleiding, maar dat wordt al snel gesmoord door de lacherigheid daarover in haar omgeving. Van een film verwacht ik dat die een spaadje dieper gaat. Wanneer is die belangstelling voor literatuur bij haar ontstaan? Was ze echt of slechts om indruk te maken?
En dan: Monroe had een enorm werkethos, richtte haar eigen productiehuis op en ... had óók iets uitgekooks in het spelen van haar rol. Kijk bijvoorbeeld eens op You Tube naar wat ze zingt voor president Kennedy op zijn verjaardag. Overigens komt die scene in de film niet voor. Wel één waar Monroe verlegen en tegen haar wil de president oraal van dienst is terwijl deze op een hotelbed ligt te telefoneren en de deur naar zijn medewerkers open staat! Toen haakte ik innerlijk definitief af.
En dan zijn er nog de rafels in het verhaal. Je moet maar net weten dat de honkballer waarmee zij trouwt Joe DiMaggio is: zijn naam wordt in de film niet genoemd. En het huwelijk van Monroe met hem komt in de film volledig uit het niets. Zoals Arthur Miller, de schrijver met wie Monroe ook trouwde, juist al snel onverklaard in het niets verdwijnt. Grote stappen, snel thuis.
Is er dan niets goed aan de film? Jawel, de film toont ook dat Monroe's acteerprestaties bij sommigen indruk maakten. En Ana de Armas, de actrice die haar speelt, maakt er binnen de beperkingen van de film een glansrol van. Dat levert regelmatig scenes op waarbij ik opveerde. En dat de film onverhuld de perversie in Hollywood-land wil laten zien die later in het #MeToo-tijdperk aan de kaak wordt gesteld, is ook een goede zaak.
Maar ja, die beperkingen hè? En dan dat voortdurend fluisterende kinderstemmetje dat elke minnaar 'daddie' noemt... Hoe dan ook, ik kreeg als kijker nergens het mededogen met dit verscheurde leven dat ik wel kreeg na het lezen van biografieën. De film zelf zat het zelfs in de weg.