RUPI KAUR

my god
is not waiting inside a church
or sitting above the temple's steps
my god
is the refugee's breath as she's running
is living in the starving child's belly
is the heartbeat of the protest
my god
does not rest between pages
written by holy men
my god
lives between the sweaty thighs
of women's bodies sold for money
was last seen washing the homeless man's feet
my god
is not as unreachable as
they'd like you to think
my god is beating inside us infinitely

(uit: the sun and her flowers / Simon & Schuster)

Rupi Kaur is een jonge dichteres uit Canada. Ze is kind van emigranten. Ze maakte binnen korte tijd naam met twee poëziebundels die lovend besproken werden. Toch ben ik zelf niet altijd zo juichend. Er zijn fragmenten (haar poëzie bestaat niet uit afgeronde gedichten, het gaat om een stroom van poëzie) die zo cliché zijn dat ze naar mijn smaak niet uitkomen boven de dagboekpoëzie van een tiener. Maar meestal verrast ze met de mooiste vondsten. Zoals in dit fragment. God die gevonden wordt tussen de zwetende dijen van vrouwen die gedwongen worden tot prostitutie - wat een schokkend maar ook treffend beeld. En dan die slotregel. God is niet geruststellend.