Wanneer ik in een Derde Wereldland had geleefd, was ik nu waarschijnlijk
blind geweest. Ik onderging namelijk ook al eens een netvliesoperatie aan mijn
andere oog.
Het enige ongemak dat er nu nog is, is de lucht die in mijn
oog is ingebracht. Het oog moet op spanning blijven, en omdat ze het glasvocht
bij zo’n operatie moeten verwijderen, moet er iets anders voor in de plaats
komen. Lucht in dit geval. Je ziet het als een zwembadje in je oog met
schommelende waterlijn en al.
Je krijgt een armbandje om dat je omhoudt totdat de lucht
heeft plaatsgemaakt voor lichaamseigen glasvocht. Dat armbandje waarschuwt
mogelijk hulpdiensten als er een ongeval plaatsvindt: er mag dan geen lachgas
gebruikt worden.
Vol verwondering en dankbaarheid over de technische mogelijkheden en zorg in het Oogziekenhuis, kwam een gedicht bij me boven van Les Murray, getiteld (ik vertaal het zelf) ‘Jezus was genezer’. Hier een gedeelte daaruit:
Jezus was genezer
liet een patiënt nooit zakken
bracht munt noch bekering in rekening
begon met stof en speeksel
[…]
Jezus was genezer
houdt dit stil, mompelde hij dan
tegen zijn leerlingen. Doe me na
en dat deden zij in een mate
die nog altijd wordt afgebeeld op kerkmuren
genezing zonder behandeling of oefeningen.
Murray bedoelde met die ‘leerlingen’ de heiligen van de kerk. Maar in het Oogziekenhuis werken ook ‘leerlingen’. Het genezende werk gaat door met moderne middelen. ‘We gaan goed voor u zorgen, meneer,’ zei de operatiedokter, terwijl hij over me heen boog. Hij had een geruststellende stem. Toen zakte ik weg.