Toch was ook dat een nieuwe ervaring. Nu moest er ook op de doordeweekse dagen gereserveerd worden. Logisch, er konden vanwege de anderhalve meter-regel minder tafels geplaatst worden. Bij binnenkomst zagen we het meteen. Lekker ruim, zo op het oog. Maar het zag er niet alleen letterlijk afstandelijk uit, ook figuurlijk. Toch wat minder gezellig.
‘Bij binnenkomst’ schreef ik zo-even. Maar dat ging niet zomaar. Een groot bord gaf buiten al aan dat gasten daar eerst hun handen moesten ontsmetten. Vervolgens bleef je wachten totdat je gehaald werd door een van de serveersters - de genoemde plensbui viel gelukkig op een andere dag.
Nadat we gehaald waren, werden we naar ons tafeltje geloodst. Nou ja, twéé tafeltjes, want het extra tafeltje was bedoeld om uit te serveren. Je moest de geserveerde drankjes en borden zelf pakken. Het voelde nog een beetje quarantaine-achtig aan. En ik kan het weten.
Maar ondanks de beperkingen voelde het als
weer-buiten-mogen-spelen. ‘Proost!’ zeiden we tegen elkaar. Het klonk als uit
de grond van ons hart.