Vorig jaar had ik rettich. Nog nooit gegeten. Maar het smaakte ons niet. Niet weer doen dus. Radijs had ik én vorig jaar én dit jaar volop. Het is gemakkelijkste groente. Maar teveel is ook niet goed. Volgend jaar maar eens overslaan, concludeerden we. Postelein hadden we in geen jaren gegeten. Toch weer eens proberen. Best wel lekker. Maar niet meer dan een keer of vier per jaar, luidde het juryrapport bij ons aan tafel.

Dit jaar voor het eerst meiraap, pastinaak en koolrabi. Hoe dat smaakt moeten we nog uitvinden. Binnenkort de oogst.

Maar onze favoriet is de boon. Toch de meest doorsnee groente zult u zeggen. Inderdaad, maar wat een variatie is er! Je hebt stokbonen en stambonen. De stokbonen – het woord zegt het al – moet je tegen stellages aanzetten, want ze willen de (grote) hoogte in. Stambonen blijven struiken. En dan heb je binnen die soorten ook nog eens sperziebonen en snijbonen.

Die laatste moet je trouwens op tijd plukken, want anders worden ze draderig. Ik had een keer een maaltje aan iemand meegegeven. Halverwege de maaltijd had haar gezin al kaakpijn. Hoewel haar man had gezegd: ‘Lekker hoor!’ En hij kauwde nog een tijd verder.

Dit jaar heb ik vier soorten stambonen in de sortering: witte, paarse, dunne en de gewone. Van de stokbonen ook vier: pronkbonen, snijbonen, ‘Cobra’ en ‘Neckarkönigin’. Het plukken is nu begonnen. Mmmm! Beetje bonenkruid of kruidenboter erbij. Een zomer lang genieten!