Alleraardigste vrijwilligers runnen de tent. De al wat oudere mevrouw hoorde daar ook bij. Ze vond het kennelijk een wat vreemde naam: Van Die. Ik moest hard lachen: artiestennaam! Kennelijk kwam ik zo over met m’n laptop, beamer, geluidsapparatuur en Johnny Cash T-shirt. Ik was er uitgenodigd om een aantal korte popdiensten te houden. Nadat ik was geïnstalleerd kon het beginnen.

Maar kennelijk ging er van deze ‘artiest’ weinig aantrekkingskracht uit. Want veel belangstelling was er niet. Dat was de hele week al een beetje het geval geweest. Er kwamen vooral mensen langs die toch al iets hebben met de kerk. Maar dat zijn er niet veel meer in Heerlen. Uit de gesprekjes die ik had bleek dat er in Limburg een kaalslag aan de gang is.

Maar met goede moed keken en luisterden we naar clips van popsterren die iets met religie hebben. Op de achtergrond dreunde het geweld van 3FM, want het Glazen Huis stond op zo’n 200 meter afstand. Af en toe keek ik uit mijn ooghoek even door het raam van de winkelpui. Er liepen drommen mensen langs, keken even naar het opschrift ‘Pop-up Kerk’, maar slechts een enkeling kwam binnen.

De vrijwilligers van de Pop-up Kerk waren al maanden bezig geweest. Ze hadden al heel wat geld voor het goede doel opgehaald: ruim € 30.000! En ze waren er in geslaagd om sponsors te vinden waardoor er een leegstaand winkelpand gehuurd kon worden. Maar je moet bescheiden verwachtingen hebben als je het woord ‘kerk’ op je pand timmert.

Een doordeweekse dienst in een winkelpand voor een handjevol mensen – dat is wat anders dan voor volle kerken op zondag. Maar het was waardevol er te zijn! Ik kreeg grote bewondering voor de inzet van al die lieve mensen. Ik kon bovendien en passant nog even wat meepikken van het tumult rond het Glazen Huis. En wat de diensten betreft: ik had in ieder geval één fan.

‘Heel bijzonder, meneer Van Die,’ zei ze na afloop. ‘Ik wist niet dat popmuziek zo goed was.’ Als een would-be artiest verliet deze dominee het pand. Dank je, Betsie!