Er zijn meer van dergelijke handvatten. Een zelfde soort formule is AIDA, afkomstig uit de Engelstalige reclamewereld. Het staat voor: Attention (aandacht trekken met een goed begin), Interest (laten zien dat de hoorder belang heeft bij de boodschap), Desire (verlangen wekken er deel aan te hebben), Action (motiveren om tot handelen over te gaan).

Een predikant kan inderdaad zijn of haar voordeel doen met dergelijke formules. In de kerk wordt nogal eens zenders-gericht gecommuniceerd: ik heb een woord voor de wereld, maar hoe en of het overkomt is van secundair belang, als het Woord maar gebracht wordt.

Ik voel me meer thuis bij een ontvanger-gerichte communicatie. Een boodschap moet zó gebracht worden dat die voor de ontvanger niet alleen begrijpelijk en helder is, maar ook relevant blijkt binnen diens leefwereld. Het hóe is dan ook minstens zo belangrijk als het wát. Kortom, ook een preek moet IKEA- of AIDA-proof zijn.

Toch is daarmee niet alles gezegd. Wie ontvanger-gericht communiceert kan het de ontvanger ook te gemakkelijk maken. Van Okke Jager leerde ik dat een goede preek drie elementen moet bevatten: een derde moet bekend zijn, een derde nieuw, en een derde moet net boven de pet gaan. Alleen door dat laatste kunnen hoorders ook geprikkeld worden hoger en verder te reiken.

Een preek moet helder en verstaanbaar zijn, maar mag ook reiken naar de grenzen van de taal. Daar raakt zij aan een geheim dat zich niet op begrip laat brengen. Dat heeft zij gemeen met de kunst. Behalve IKEA mag een preek dus ook wel wat design bevatten. Vind ik. Maar toen een mevrouw laatst na de dienst zei dat de preek wel wat moeilijk was, vergat ik ‘dank u’ te zeggen.